Toen besefte ik het: het was een enorm spinnenweb, dat zich achter de kast uitstrekte. Dichte, vezelige lagen webben vormden een coconachtig fort. Honderden kleine spinnetjes kropen eroverheen, weefden webben, bewaakten de nesten en verzorgden de clusters witte eitjes die erin verscholen lagen. Ik verstijfde, mijn borst trok samen. De lucht voelde kouder, zwaarder aan, alsof de ruimte zelf veranderd was.