Toen zag ik hem.
Een kronkelige, omhullende vorm die zich over het gazon slingert.
Roerloos. Stil. Te perfect om natuurlijk te zijn.
Mijn eerste gedachte?
Mijn tweede?
Met een bonzend hart pakte ik de telefoon op.
Ik heb een wazige foto gemaakt.
Hij zette een stap naar voren.
Dan-
Ik schreeuwde.
Omdat het geen slang was.
Het was geen touw.
Het was iets veel vreemders.
Terwijl ik voorover leunde en mijn adem inhield, begon het ‘touw’ te bewegen.
Kruip niet als een slang.
Maar pulserend. Kruipend.
Een langzame, golvende beweging van kleine beentjes en zachte lichamen die perfect synchroon bewegen.
Ik heb ze later geteld.
Misschien wel meer.
Ze liepen in een strakke colonne, achter elkaar, ieder achter degene die hem was voorgegaan, en vormden zo een levende ketting van meer dan zestig centimeter lang.
Wordt vervolgd op de volgende pagina.
Advertentie