Wanneer een mens sterft, keert zijn lichaam terug naar de aarde, maar zijn essentie verdwijnt niet. De ziel bestaat niet uit materie; ze is niet opgesloten in een kist of gevangen in een grafsteen.
Het lichaam was slechts een instrument om op dit aardse vlak te leven, maar de ziel zet haar reis voort naar andere bestaansniveaus.
Het is net als het uittrekken van oude kleren: het gaat niet om het kledingstuk zelf, maar om de persoon die het droeg.
Daarom zijn onze geliefden niet gebonden aan de plek waar hun stoffelijke resten rusten. Ze kunnen bij ons zijn, thuis, op straat, in onze herinneringen en in onze meest intieme gedachten.