De eerste regels waren ontroerend: herinneringen aan Nancy’s lach als kind, haar moed, haar vreugde. Maar halverwege sloeg de toon om. Haar moeder bekende een waarheid die tegelijkertijd brak en heelde:
Stephen was niet haar stiefvader. Hij was haar biologische vader.
Jaren geleden, schreef haar moeder, raakte Stephen in paniek toen ze zwanger werd. Angst dreef hem weg en schuldgevoel hield hem stil. Maar de liefde had hem teruggetrokken. Nancy was toen al een klein meisje, en haar moeder – verscheurd tussen bescherming en vergeving – liet hem stilletjes weer in haar leven toe, eerst als vriend, daarna als partner.
‘Hij heeft fouten gemaakt,’ stond er in de brief,
‘maar hij heeft er sindsdien elke dag aan gewerkt om ze recht te zetten. Ik heb hem al lang geleden vergeven.
Ik hoop dat jij dat ooit ook zult doen.’