Weg is de Julia Roberts die moeiteloos door romantische dialogen zweeft of de spil vormt van gelikte studiofilms. In haar plaats staat een vrouw die tot op het bot uitgeput lijkt – ongestyled haar, een gespannen houding, ogen die waakzaam rondkijken, zoals je dat pas ontwikkelt na jarenlang leven met emotionele valkuilen. Zelfs haar stilte is zwaar. Wanneer Barbara in een kamer staat en niets zegt, voel je alle woorden die ze inslikt: de excuses die ze niet meer kan opbrengen, de beschuldigingen waarvan ze vreest dat ze haar familie definitief zullen vernietigen, het verdriet dat ze nauwelijks kan bedwingen.
De genialiteit van Roberts’ vertolking schuilt erin dat ze Barbara nooit in gemakkelijke stereotypen laat vervallen. Ze is niet zomaar boos; ze is ook kwetsbaar. Ze is niet zomaar stoer; ze is doodsbang. Ze is niet zomaar beschermend; ze verdrinkt in een verantwoordelijkheid waar ze niet om gevraagd heeft en waar ze niet aan kan ontsnappen. Momenten van kleinzieligheid sijpelen door naast momenten van felle, schrijnende tederheid. In de ene scène zien we haar uithalen met hetzelfde gif dat ze in haar moeder verafschuwt, en in de volgende scène zien we een vrouw die wanhopig probeert te voorkomen dat haar dochter dezelfde fouten maakt. De tegenstrijdigheden maken haar pijnlijk realistisch – een portret van iemand die jarenlang heeft geprobeerd, gefaald en het steeds opnieuw geprobeerd heeft met steeds minder hoop