Tijdens mijn jeugd voelde mijn leven stabiel en veilig aan. Mijn ouders waren attent en gul, altijd aanwezig en altijd ondersteunend. Ze vierden elke mijlpaal en zorgden ervoor dat ik me nooit alleen voelde. Op mijn achttiende verjaardag verraste mijn vader me met een cadeau waar ik niet om had gevraagd, gewoon omdat hij dat kon. Zulke momenten versterkten mijn gevoel van geluk en dat mijn familie precies was zoals ze leek. Daarom waren de DNA-resultaten zo verontrustend voor me. Het idee dat er iemand zo nauw met me verbonden kon zijn, iemand die ik nooit had ontmoet of van had gehoord, paste niet in het leven dat ik dacht te begrijpen. Toen ik mijn vader vroeg naar de naam op het rapport, was zijn reactie stil maar veelzeggend. Hij vermeed details en vroeg me niet verder aan te dringen, omdat het ingewikkeld was en beter in het verleden kon blijven.