Kentekenplaten zijn doorgaans een eenvoudige combinatie van letters en cijfers, uitsluitend bedoeld ter identificatie. Sommige dragen echter symbolen die veel verder reiken dan bureaucratie. Een van de krachtigste hiervan is de gouden ster. Dit embleem is niet decoratief en ook niet optioneel; het is een teken van herinnering, respect en een diepgaand offer. Een gouden ster op een kentekenplaat betekent dat de eigenaar van het voertuig een direct familielid is van een Amerikaanse militair die in de uitoefening van zijn of haar plicht is omgekomen. Zonder poespas of uitleg eert het in stilte een gevallen held en dient het als een publieke herinnering dat vrijheid niet abstract is – er wordt voor betaald met echte levens en blijvend verlies. Voor veel families is het tonen van de gouden ster een zeer persoonlijke manier om de herinnering aan hun geliefde levend te houden in het dagelijks leven, zelfs tijdens alledaagse momenten zoals een autoritje.
De traditie van de gouden ster gaat terug tot de Eerste Wereldoorlog, toen families op zoek waren naar zichtbare manieren om hun steun te betuigen aan dierbaren die in het buitenland dienden. In 1917 ontwierp legerkapitein Robert L. Queisser de Blue Star Service Banner om zijn zonen te vertegenwoordigen die in actieve dienst waren. De banner, die meestal in een raam van een huis hing, toonde een blauwe ster voor elk familielid dat in het leger diende. Het symbool verspreidde zich snel over het hele land als symbool van dienstbaarheid en hoop. Wanneer een tragedie zich voltrok en een militair sneuvelde, werd de blauwe ster vervangen door een gouden. Deze eenvoudige verandering transformeerde de banner in een krachtig symbool van opoffering, rouw en nationale dankbaarheid. Vanaf dat moment werd de gouden ster universeel geassocieerd met de ultieme prijs van dienstbaarheid.