Wat overbleef nadat de verrassing was weggeëbd, was geen angst of verwarring. Het was verwondering. Het soort verwondering dat zelfs mensen die dagelijks met wetenschap werken nederig maakt. Het soort verwondering dat je eraan herinnert dat het menselijk leven niet alleen een opeenvolging van beslissingen en uitkomsten is, maar ook een samensmelting van toeval, geluk, biologie en mysterie.
Tegen de tijd dat de routine in de kamer was teruggekeerd, sliep de baby tegen de borst van zijn moeder, zijn ademhaling zacht en regelmatig. Het personeel wisselde blikken die zonder woorden zeiden dat dit een van die verhalen zou zijn die ze jaren later zouden vertellen. Niet omdat het sensationeel was, maar omdat het een van die zeldzame momenten was waarop het leven lijkt te knipoogen naar de zekerheid waaraan we zo krampachtig vasthouden.
Een kind is gezond, luidruchtig en helemaal aanwezig geboren.
En even, in stilte, stond de hele zaal stil en nederig door dezelfde gedachte: soms houdt het leven zich niet aan menselijke berekeningen. Het vindt gewoon zijn eigen weg.