Cary-Hiroyuki Tagawa heeft decennialang gewerkt aan een carrière die hem onderscheidde van alle anderen die de rol van schurk op het witte doek durfden te spelen. Hij had geen luide acteerprestaties of overdreven theatraliteit nodig om de aandacht te trekken. Hij deed het door precisie – de weloverwogen manier waarop hij bewoog, het regelmatige ritme van zijn ademhaling, de blik in zijn ogen die alles vertelde zonder dat hij hoefde te spreken. Hij kon een beeld binnenlopen en de sfeer van een scène direct veranderen. Het publiek voelde zijn aanwezigheid nog voordat ze het personage volledig begrepen, en tegen de tijd dat hij van het scherm verdween, had hij zich in hun geheugen gegrift.
Wat zijn vertolkingen zo meeslepend maakte, was niet alleen de intensiteit, maar ook de beheersing. Hij kon in een oogwenk schakelen tussen dreiging en waardigheid, waardoor hij antagonisten creëerde die geen karikaturen waren, maar doelgerichte figuren. Zelfs met maar een paar regels tekst gaf hij ze vorm met de zwaarte van iemand die begreep dat een schurk pas interessant is als hij in zijn eigen missie gelooft. Regisseurs vertrouwden hem rollen toe die een ingetogen kracht vereisten, en fans bewonderden hem omdat hij zelfs de meest duistere personages een scherpe, menselijke kant gaf.
Toch kon de man zelf niet meer verschillen van de rollen die hem beroemd maakten. Collega’s omschreven hem als bedachtzaam, bescheiden en diep toegewijd aan vakmanschap boven aandacht. Hij jaagde niet op roem of de schijnwerpers; hij jaagde op authenticiteit. Op de set bewoog hij zich met de kalmte van iemand die jarenlang lichaam en geest had gedisciplineerd. Hij keek liever toe dan dat hij praatte, luisterde liever dan dat hij leerde en werkte liever dan dat hij lof ontving. Wat mensen op het scherm als ‘intensiteit’ zagen, was in werkelijkheid geduld en een stille, filosofische inslag.