Het was een stille ochtendgloren op de vlakten van het Wilde Westen. De wind streek over de droge velden en de vogels zwegen bij het eerste licht van de opkomende zon. In die uitgestrektheid stond een lange man met een harde blik en een vermoeid hart, starend naar wat ooit zijn trotse ranch was geweest.
Zijn naam was Ethan Cole, door de mensen in de streek bekend als de reusachtige rancher. Het leven was hard voor hem geweest: zijn vrouw was gestorven tijdens een zware winter, zijn arbeiders waren vertrokken en zijn vee was langzaam verdwenen. Sindsdien had hij gezworen niemand meer dichtbij te laten.
Tot op een middag een zachte, trillende stem hem aansprak.
“Meneer… ik weet hoe ik moet koken. En ik ben sterk.”
Ethan draaide zich om. Voor hem stond een jonge vrouw met een stoffig gezicht en een kleine bundel bezittingen in haar armen. Haar ogen waren moe, maar eerlijk. Ze vroeg niet om medelijden, alleen om werk.